Denk aan je milieu ~ IngeborgBaumann.com

Ik raak verschrikkelijk geïrriteerd als ik het woord milieu hoor. Echt tot kots neigingen aan toe. Mijn oma van vaders kant woonde alleen in haar enorme huis en had ‘hulp’, zoals ze het met driedubbele onderkin en een licht Frans accent, ze had die taal gestudeerd want dat deden gegoede meisjes geboren rond 1900, beweerde. Van een werkster, een tuinman, een klusjesman en af en toe een neukertje, vermoed ik. Er hing een kastje met labeltjes naast de voordeur en als een van deze hulpen dan binnen was moesten ze dat labeltje omdraaien. Een soort prikklok. Deze mensen aten in de keuken terwijl oma in haar eentje in de eetkamer zat met haar bammetje. Want met werksters en dat soort volk mengde je je niet. Die kwamen uit een ander milieu.

Andere oma was werkster bij chique luitjes. Verder had ze commensalen in huis. Dat zijn mensen, meest ongehuwde heren, die op een zielig kamertje wonen en ontbijt, lunch in een trommeltje en ’s avonds een warme hap kregen van hun hospita. Oma deed daar erg haar best op. Ik zie de enorme soeppan nog voor me en balletjes draaien was een wekelijks terugkerend en gezellig klusje voor me. Opa werkte namelijk bij de Spaarnestad, later Sanoma, als corrector en kreeg wekelijks een pakket tijdschriften dus ik was elke zaterdag bij oma. Verder naaide ze haar handen stuk aan lingerie voor dames van stand. Deze oma had het ook vaak over milieu. Ze verwarde echter rijkdom met klasse. Klasse had ze en voor de rest werkte ze zich de touwtering. Ze keek op tegen ‘echte dames’.

Mijn moeder snapte er helemaal niets van, die was getrouwd met het zoontje van de huisarts en de dame en kwam zelf dus uit het Rozenprieel, eufemisme voor godsammelazerus buurt. Haar idee van chique was het hebben van ‘goud’, een bontjas en een koophuis. Nou had mijn vader, het is blijkbaar erfelijk, schijt aan alles en woonden we afwisselend in sociale huurwoning tot aan villa aan het water, dus mamma had een rotleven. Vond ze. Qua milieu. Waar ze ook erg last van had, als Mulomeisje, was dat mensen kennen en kunnen en liggen en leggen door elkaar haalden. Lekker belangrijk, haar haan legde geen gouden eieren en lag vaak in de goot. Hij kende god noch gebod en kon desalniettemin binnen een uur een boek uitlezen en kende dat daarna uit zijn hoofd.

Vandaar dus mijn allergie als ik mensen hoor praten over milieu. Tot afgelopen week. Ik was uitgenodigd voor een weekendje logeren bij mensen die ik nooit had ontmoet als ik in mijn eigen benauwende kringetje was gebleven. Met hun stiekeme en onwaarachtige leventjes. Haar zoon belde op. ,,Hoi Mike. Ja, we hebben een vriendin op bezoek, ze komt wel uit een heel ander milieu  hoor.’’ Mijn eerste reactie was agressie. Wat nou trut, ander milieu. Omdat ik een parelketting draag en een kakkineus stemmetje heb? Ben ik daardoor minder? Dacht het niet he? Ik ben mijn moeder niet! Gelukkig sprak ze daarna de legendarische woorden:

‘Maar het is een topwijf als je haar kan.’

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *