Je hoopt natuurlijk dat die ander een stomme dikke koe is. Dat is je eerste reactie als je er achter komt dat de vermeende liefde van je leven, ik geef ruiterlijk toe dat ik die al talloze malen eerder had gevonden en zelf ook geen toonbeeld van braafheid ben, er nog een vrouw met wie hij bed en eventueel huwelijkse staat wil delen op na houdt. Onder andere.

De eerste ontmoette ik terwijl ze naakt en verschrikt naast zijn omgewoelde bed stond. Best een lekker ding met alles er op en er aan en er stonden onwijs leuke tijgerhakken in de kamer beneden dus wat dat betreft hadden we wel een band. Daar de man een paar probleempjes had geloofde ik  zijn tot in den treure herhaalde woorden :,,Ik heb geen seks met die vrouw.’’

De volgende kwam ik virtueel tegen daar ze, hoe en waarom weet ik niet meer, tot mijn netwerk behoorde. Ik schrok me kapot en was dat ook gedurende een tijd. Het valt niet mee om een foto van je vriendje te zien met daaronder het opgetogen en liefdevolle bericht dat ze nog maar een paar nachtjes hoefde te wachten tot ze hem weer in haar armen kon sluiten. Of woorden van gelijke strekking. Maar goed, zij deed alleen wat klusjes voor hem en hij had geen seks met die vrouw, zoals hij me huilend bekende. Iedereen profiteert maar van hem, al die vrouwen. Zijn hart is te groot.

De derde kwam dan ook niet als een verrassing. Toen ik een sinterklaasgedicht vond met daarin expliciet de benoeming van lichaamsdelen die met elkaar verstrengeld zouden worden beschouwde ik dat alles maar al dichterlijke vrijheid. De man is nogal creatief op allerlei vlakken. Het deed niet eens heel veel pijn meer. Hij had toch geen seks met haar? Waarom zou hij, ik was alles wat hij begeerde. En ik kon nog dansen ook en ik lulde niet zo slap en las de Flow niet dus wat wil een man nog meer?

Ik denk inmiddels dat er nog meer waren. Dat zijn gestamelde woorden en liefdesbetuigingen en tranen voortkomen uit een gestoorde geest. Dat het dus niet allemaal aan mij ligt. Want dat denk je in eerste instantie wel, zeker met mijn ervaring en verleden.

Maar ik heb zo’n trots gevoel. Ik behoor tot een kudde, dat wel. Maar geen kudde van stomme dikke koeien met ongeschoren poezen zoals hij me graag wijsmaakte. Geen seksloze en van humor en creativiteit gespeende stalkers die van hem en zijn goedheid profiteren. Het zijn, ik heb er een gesproken en die heeft de ander weer gesproken dus de rest zal ook wel in orde zijn, best gave wijven. Met een eigen leven en kinderen en een verleden. Ondanks ons verdriet, want dat hebben we of hebben het zeker gehad, kunnen we nog lachen ook. Niet om hem, zo stom zijn we niet. Wraak heeft namelijk geen zin. Ik denk dat ik uit naam van de hele kudde spreek als ik zeg dat we hem zelfs zijn karma niet gunnen. En dat is pas liefde en dat loopt hij dus mis. Een voor een en stuk voor stuk.

 

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *