Mijn moeder was een poezenmens. Ik kan me herinneren dat ze ooit zei: ,,Ik hoef geen kleinkinderen, geef mij maar een nest jonge katten.’’ Was niet bevorderlijk voor mijn voortplantingsdrift. Ik ben dus opgegroeid met katten en toen ik ‘op kamers’ ging had ik er dan ook meteen twee. Die verhuisden naar gelang ik ging samenwonen mee. Zo ook naar IJmuiden, naar een meneer met een hond. Een Duitse herder. Ik was bang voor honden. Zeker voor joekels. Maar zowel ik als Billy en Kukel werden subiet verliefd op dit hondstrouwe exemplaar. En het enorme teefje op ons. De liefde met de meneer duurde niet lang.

Jojo de herder woonde daarna een tijdje alleen met mij en mijn poezen. Tot de volgende liefde zich aandiende en een blijvertje bleek. Het was even een strijd om de orde waarbij mijn vriend zich letterlijk vastbeet in de neus van de hond maar toen er eenmaal rangen waren bepaald was Jojo ook zijn beste vriendin. De herder is op gruwelijke wijze aan een maagtorsie gestorven. Na een periode van rouw haalden we een negen maanden oude en totaal gestreste Rottweiler uit het asiel. We noemden het teefje Joris en ze verloor nooit haar angsten maar droeg ze als een topwijf. Toen we baby’s kregen was haar geluk compleet en nog nooit hebben kinderen zo’n trouw speelkameraadje gehad. Ze bleef dood op straat liggen, hersentumor. Nooit wat laten merken of zelfs maar gepiept als de kids krijsten in of trokken aan haar oren. Daarna kwam Lola, de witte boxer. Boxers hebben allemaal adhd. Maar wat zijn ze lief! En wat een doordouwers tot op hoge leeftijd. Ze kon niet meer op een gegeven moment. Maar ze ging door, altijd.  We hebben haar moeten laten inslapen en ik geloof dat ik mijn zoon, die zich meer uit dan mijn dochter, nog nooit zo’n verdriet heb zien hebben.

Inmiddels waren de kids op de leeftijd dat je als moeder zijnde best wat meer tijd met vader wil doorbrengen. Ex echtgenoot voelde dat niet zo blijkbaar. Dus kwam hij totaal onverwacht thuis met Bram, weer een boxer. Ik moet eerlijk zeggen dat dat een van de druppels was. Met de welgemeende excuses aan aanbiddelijke Bram. Na een klein tijdje hond- en manloos te zijn geweest kwam een klootzak uit Friesland en zijn stabij bij me wonen. Ik vond het heerlijk, de hond dan. Die wilde namelijk wel in mijn bed slapen en samen leuke dingen doen. De man niet. Mazzel, die hond want man was van het oude volk, werd kroeghond en ik kroegbazin. We waren beiden niet geschikt voor het vak. Mazzel ging terug naar lieverds in Friesland en ik ging op een kamertje ergens wonen.

Zonder de troost van wat voor dier dan ook. Zonder gezelschap wat onvoorwaardelijk van je houdt om wat je bent. Niemand om voor te zorgen. Jaren lang.

En nu woon ik onder andere samen met Fleur, de grootste hond aller tijden. 80 kilo schoon aan de haak slaapt tussen mij en mijn andere huisgenoot in. Ik vind het heerlijk en het houdt me netjes ‘s nachts.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *