De echte kerstsfeer: Met in je togus een leverworst ~ IngeborgBaumann.com

In het kader van het opschonen en openbreken, sommige mensen hebben daar last van aan het eind van het jaar, toog ik afgelopen week naar de meest troosteloze stad van het westen waar ik een paar jaar een kroeg had. Die had ik gewoon gekocht voor een vermeende liefde van mijn leven. Met mijn parelketting. Ik heb dat nu eenmaal, dat idee van als ‘hij’ maar gelukkig is. Ik weet dat daar boeken over zijn geschreven en ik heb het redelijk onder controle nu. Redelijk. Het idee dat iemand me lief vindt om wie ik ben en niet om wat ik voor hem doe blijf ik ongelooflijk vinden en ik denk daarom dat ik zo iemand ook niet zal tegenkomen.

Die kroeg was in de verste verte niet wat ik zelf leuk vind. Een bruin hellhole. Bevolkt met mensen die zopen, snoven, blowden, gokten en daar allemaal niet buiten konden. Elke dag weer om klokslag 3 uur gingen de gordijnen open en kon de voorstelling beginnen. Ik kon pas ademhalen als er meer dan drie man aan de bar hing, dan konden ze tenminste slap zeiken tegen elkaar. Elk dobbel- en kaartspel beheers ik inmiddels, dan hielden ze hun muil even over wat er dan ook speelde die dag.

Onder hen zat ene Kees. Om zijn anonimiteit te waarborgen is dit niet zijn naam en noem ik niet de stad. Kees was veelvuldig miljonair door een gewonnen loterij. Echt. Kees was ook alcoholist, vuilnisman geweest en zijn hersenen waren verweekt. Als hij die al had. Kees was ongelukkig ondanks al die poen en wist er geen raad mee. Dat was natuurlijk lekker voor de klanten. Het vingertje van Kees was erg actief en niet zelden rekende hij gewoon zo’n hele avond af. Soms een hele week aan poffers en ook wel eens maanden van streepjes op bierviltjes. Het enige dat Kees wilde was dat men naar de drie zinnen die hij dag na dag herhaalde luisterde. Dat deed dus iedereen. Ik ook. Kees wist wel wat de mensen nodig hadden. Het kon zo maar zijn dat er een nieuwe Vespa voor je deur stond als hij had gezien dat je daar een miniatuur van aan je fietssleutel had hangen. Het was dus opletten geblazen voor iedereen. Zo’n scooter helpt je op weg natuurlijk, als brodeloze ZZP er zijnde of als onder aan de lijst staande losse ploeger.

Op een dag dacht Kees dat hij was genaaid voor een geeltje, een bedrag dat hij vaak dubbel aan fooi kwijt was, en verkoos een andere stamkroeg. De rest volgde en dat was eigenlijk het einde van het café. Niet lang daarna ontvluchtte ik man en kroeg. Maar als je mensen dag in dag, uit week in week uit, ziet en spreekt in al hun sorus en mate van beneveld zijn krijg je toch een band. Vandaar mijn visite na twee jaar aan het concurrerend etablissement. Waar inderdaad alles gewoon zijn gangetje ging. Er werd gebiljart, gegokt, gebrald en geslijmd met Kees. Die geen steek was veranderd op een paar tanden na. Die niet bewoog ook en de enige was die gewoon zijn shaggie rookte en de as aftikte in de kerstboom. De luttele minuten dat ik een zweem van enthousiasme bespeurde was toen er een lied door de speakers knalde met als refrein de woorden: ‘Rond van borst met in je togus een leverworst’, of zoiets. Zijn ellenboog bewoog houterig van links naar rechts en zijn waterige oogjes gluurden even naar mijn decolleté. De kerstsfeer zat er goed in.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *