Ik woon in Obdam sinds kort. Dat zegt jullie niets waarschijnlijk. Mij ook niet. Behalve dat mijn lief daar woont en ik nu bij hem. Obdam ligt ergens in de kop van Noord-Holland. Vanuit de beschaafde wereld gezien moet je eerst door de Velsertunnel en dat is best raar. Ik ben opgevoed in de wetenschap dat alles en iedereen voorbij het Noordzeekanaal van het kaliber boers en boer is. Nu heb ik niets tegen boeren want ik kaart nogal fanatiek en dan is de boer best wat waard. Maar een boer wordt nooit een heer. Moet gezegd dat voornoemd lief oorspronkelijk uit Amsterdam komt en dat maakt redelijk wat goed. Hij is gelukkig ook maar import. Amsterdammers hebben bijvoorbeeld het lekkerste accent van Nederland en de manier waarop hij ‘jij bent mijn wijf’ zegt klinkt erg sexy.

Minder opwindend is het geknauw van die West-Friezen. Nog libido dodender is de manier waarop ze me aankijken, gewoon bij de supermarkt. Of ik debiel ben en er in ieder geval zo uitzie. Terwijl ik gewoon, net als bijna elke dag, mijn best heb gedaan. Ik hou niet zo van spijkerbroeken en regio gebonden kledij, zoals daar zijn de bloemenjurken van een bepaald merk die dames van onzekere leeftijd nogal eens dragen, heb ik het al helemaal niet op. Lief ook niet trouwens, als het aan hem lag liep ik de ganse dag opgedirkt als een temeier en gekleed in strakke broekjes waar de bilpartij vooral leuk in uitkomt door dit gehucht. Dat doe ik niet natuurlijk.

Sta ik op een vlooienmarkt met spullen waar de gemiddelde Randstadse kwijlend en gemakkelijk de door mij gevraagde, en dat is al een fractie van wat het waard is, prijs betaalt, hier zien ze het niet. Geen idee hebben ze. Alles boven de 5 euro is te duur. Of daar nou Valentino of Kenzo in staat. “Ja Bep, zo kom je nooit met je kop boven het modderveld uit. Die legging met dat nep-leer kan je niet meer redden. Die verkopen ze op de Dappermarkt inderdaad voor 5 euro. Maar da’s ver weg he?”

Lief’s excuus voor dit domicilie is dat het zo lekker landelijk zou zijn. Ik vind dat niet. De tweebaanswegen lopen niet door weilanden en/of bossen maar door jaren ’90 woonwijken, open winderige vlaktes met windmolens van de moderne soort en worden onderbroken door ontelbare rotondes. Als hij zegt: “We moeten even hier of daar naar toe’’, is ‘hier of daar’ gemiddeld een half uur over dit soort wegen rijden weg. Waarbij je ook nog donders goed op je snelheid moet letten want de politie is hier minder druk met zaken die er toe doen dan in de bewoonde wereld. En dan heb ik het over oninteressante bezoeken aan oorden waar men beter de wekelijkse boodschappen kan doen dan bij de buurtsuper. Wil je naar iets leuks is dat gemiddeld een uur. In mijn ogen dan.

Heb ik ook wat positiefs te melden? Natuurlijk heb ik dat. Bij de bakker krijg je spontaan een plak cake. De slager geeft geen flintertje worst maar een lekkere homp weg. Vraag je de weg, ik zie totaal niet eens in welk dorp ik me bevind laat staan waar dan ook al weer de apotheek is, loopt de door mij aangeklampte dame gezellig West-Fries keuvelend met de fiets aan de hand met je mee. En mijn lief woont hier. Dat is op zich al thuis voelen. Ik heb nogal gezworven de laatste jaren.

 

2 thoughts on “En dan val je van de wereld af

  1. Lieve Ingeborg,

    Ik als rasechte Westfries zegt, het komt best wel goed!
    Je heb het leuk verwoord, wie weet spreek je de taal nogeens,

    liefs, Evelien

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *