Dat zeggen mensen wel eens als ze willen slijmen. Dat je helemaal niets bent veranderd. Dan denk je als vrouw van respectabele leeftijd: ‘Ja hoor, tuurlijk! Wat moet je van me?’ Want je weet dat het niet waar is. Je kijkt in de spiegel, je ziet je rimpels en zelfs de groeven her en der. En dan kun je alleen maar hopen dat die sporen van de tijd gekomen zijn samen met een soort van wijsheid. Dat je door de loop der jaren en de dingen die daar in zijn gebeurd best wel bent veranderd. Van buiten en vooral van binnen. Ik kwam gisteren tot de ontdekking dat dat niet zo is. Van binnen en hoe je dat uit verander je niet. Of dat helaas of gelukkig zo is weet ik nu even niet meer.

Ik kreeg namelijk gisteren een brief onder ogen die een vriendin van mij had bewaard. Zo’n handgeschreven epistel met een postzegel er op en een adres. Dat deed je vroeger nog. Bellen deed je op je 18de, want uit die tijd stamt de brief, vanaf een vast nummer en als je wilde dat niemand je zou afluisteren ging je naar een telefooncel. Brieven schrijven deed je ook. In dit geval onder een college waar ik niets van snapte. Dat laatste is goed gekomen later. Blijkt alleen dat je inderdaad geen ene moer bent veranderd. Dat je nog steeds scherp en puntig bent en dat toen al prima onder woorden kon brengen op schrift. Maar dat het ondanks dat van binnen raasde en je eigenlijk wat anders bedoelde.

Zie voor je een meisje dat na haar eindexamen en een droevige vakantie, mijn vriendje presteerde het om een dag voor mijn eindexamen te besluiten dat ik te bijdehand was om nog verkering mee te hebben, in de eerste weken van haar studie zit. In Amsterdam. Tussen allemaal sociaal bewogen typetjes. Terwijl ik reuze aardig kon leren maar me drukker maakte om de nieuwste kleur lippenstift dat om de krakersrellen. Dus werd aangekeken of ik van God los was en iedere ruim voldoende die ik scoorde werd afgedaan als zijnde een sneue actie.

Op het moment dat ik de brief schreef zat ik dus in een collegebank en ik citeer: ,, Ik zit bij een college semantiek (wàt?) waar een man met overtuiging zit te beweren dat “Jan waste zijn eige”, niet fout is omdat men de zaken descriptief (hè?) moet bezien. Helaas komt de man uit Limburg en dat hóór je, zodat een boel van de eventueel aanwezige geloofwaardigheid verloren gaat. Een goed moment dus om je correspondentie op peil te brengen.’’ Let op de toon van het schrijven. Geen ene moer veranderd.

Verder quote ik: ,,Met de heer Pels is na een knipperlicht achtige periode die niet goed voor de zenuwen maar wel voor de lijn was, tenslotte alle contact verbroken.” Ik duid hier op de minkukel die maakte dat mijn vriendinnen me die gymzaal in moesten slepen teneinde eindexamen te doen. Overigens had ik voor mijn eindexamenopstel een 10. ,,Ik vraag me nu dus af of ik zo’n tweeënhalf jaar aan verstandsverbijstering heb geleden want ik zou hem nu niet meer terug willen.’’ Leugens, mooi onder woorden gebracht maar niets van waar. Ik scheet in mijn vodden daar helemaal verkeringloos. Geen ene moer veranderd.

Wat zo’n brief een eyeopener kan zijn. We worden ouder. Maar van binnen en hoe we dat uiten veranderen we niet. Ik niet in ieder geval blijkt.

2 thoughts on “Geen moer veranderd

  1. Ingeborg, wees blij met jezelf.

    De gemiddelde nederlander zal nooit aan je wennen; met inschikken bereik je niets omdat je toch gewoon anders bent.

    Je wordt uiteindelijk altijd gewaardeerd voor wie je bent en van jezelf versnderen word je uieindelijk ook niet blij.

    En een rimpeltje meer? Laat er een prachtige lach over heen denderen.

  2. Mooi stuk en ik de kern ook wel waar denk ik. Hoewel ik denk (of is het hopen?) dat er altijd wel een procentje of tien van je met een beetje goede wil wel wat positief te finetunen is.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *