Insallah ~ IngeborgBaumann.com

Ik hou van auto’s. Ik geef inmiddels niet meer zo veel om aardse bezittingen, schoenen daargelaten, maar auto’s vind ik lekker.  Toen ik mijn ‘roomijsje’, een spiksplinternieuwe Fiat 500, moest inleveren omdat de toenmalige en eerder beschreven liefde een fobietje beweerde te hebben, deed ik dat. Zoals ik alles deed om hem maar tevreden en in ieder geval niet vol verwijten te laten zijn. Maar leuk vond ik het niet. Ik ruilde haar in voor een Landrover, die paste beter bij zijn afwijking, en vond al gaandeweg deze stoere tank die onverschrokken door dieselde meer en meer bij me gaan passen. Zegt ook wat over mij.

Uiteraard was dat rijplezier na mijn besluit om de man te verlaten, nadat hij mijn ego, mijn ziel en ook mijn geld grondig weggepoetst had, snel afgelopen. De Jeep zoop meer dan man en ik zelf bij elkaar. Het ‘mannetje met zwarte werkplaats’ rijdt er nu nog steeds vrolijk in rond en ik kreeg in ruil een best gaaf Fiatje Sporting in een werkelijk onweerstaanbare kleur geel. Kommer en kwel vanaf dag één natuurlijk. Het ‘mannetje’, bleef geld aan me verdienen.

De ellende bereikte een bijzonder frustrerend hoogtepunt nu bijna een jaar terug. Tot vier keer toe werd ik van diverse snelwegen geplukt door respectievelijk ANWB en Rijkswaterstaat. Nadat ik de vierde keer vol goede hoop vertrok van de garage: ,,Mefroutje, echt, als een sjonnetje!’’, en binnen 5 minuten weer een haperende motor had en ternauwernood thuis kwam, was het genoeg. Ik durfde niet meer.

Goede raad was duur want ja, ik mag een liefhebber zijn maar dat wil nog niet zeggen dat ik er verstand van heb. Dat geldt in mijn geval voor mannen en voor auto’s. Nu had mijn landlady ook een ‘mannetje’, en die scheen wel te vertrouwen. Hij vond op Marktplaats een bezadigde VW Lupo in een uiterst brave kleur en met een redelijke prijs. Ik kletste daar telefonisch nog een paar honderd van af en liet de heel erg goed Nederlands sprekende maar toch duidelijk buitenlandse meneer beloven dat hij dan mijn auto zou meenemen. Niet voor niets, handelen kan ik wel.

Ismail, zo heet de Lupo man, kwam meteen langs. En wat ik deed? Ten eerste gaf ik hem handgeld en ten tweede mijn hele mapje met kentekendelen. Hij gaf mij een pasje, waarvan ik pas later ontdekte dat je daar niets aan hebt. Ik ben niet van de vooroordelen zoals jullie weten. Ook niet nadat ik toch echt gekneveld en met gericht pistool een uur lang gegijzeld werd in een juwelierszaak door twee niet geheel accentloze bivakmutsen. Dat was tenslotte al een tijdje terug en we moeten in het ‘nu’ leven, nietwaar?

Maar toch heb ik dat hele weekend een tikkeltje in de rats gezeten. Voor niets, bleek. Ismail kwam trouw de auto’s ruilen. Vrolijk liet ik hem uit en liet hem beloven te bellen als hij veilig thuis was gekomen. Moedergevoelens met een klein beetje schuldgevoel. Hij belde niet. Ik belde hem. Hij had zijn woonplaats niet bereikt. Motorblok lag er uit of zoiets. Wrak was  niets meer waard.

Nu ben ik best lief, al lijkt dat niet altijd zo. Ik heb wat geld aan Ismail overgemaakt. Waarschijnlijk kan dat zijn weggelopen vrouw niet vervangen, misschien kan het wel zijn geluk keren. En het was niet om mijn schuldgevoelens te sussen. Maar omdat het woord ‘vertrouwen’ in het Arabisch heel erg lijkt op het woord ‘vriend’.

Inmiddels is ook de Lupo overleden maar dat is weer een ander verhaal en ben ik weer terug bij mijn oude liefde, qua automerk.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *