Kijk mij in die ogen ~ IngeborgBaumann.com

Nog niet eens zo heel lang geleden hernieuwde ik mijn kennismaking met het begrip allochtoon. De mens achter het begrip is misschien beter geformuleerd. In mijn studententijd werkte ik bij een Van der Valk en daar waren, het is natuurlijk dertig jaar geleden, de afwassers van oorsprong Marokkaans. Nooit Turks of Koerd want dat voegde niet zo goed onderling. Prima mensen en je was allang blij dat jij de doperwten niet terug hoefde te scheppen in een nieuw schaaltje. Broederlijk stonden we samen glazen te poleren en leerden elkaar de woorden ‘neuken’ en ‘godverdomme’.

Daarna volgde een hele tijd niets want in de buurt van Bloemendaal, waar ik 20 jaar woonde, heb je ze niet, die allochtonen. Ja, over de spoorbomen en de Velsertunnel door, daar zaten ze wel. Maar daar kwam je niet. Af en toe een uitje naar de Oosterse Markt in Beverwijk daar gelaten. Het was in die tijd reuze hip om een Turks brood bij de barbecue te serveren en er stond daar zo’n leuk mannetje. Horen jullie me het zeggen in mijn Marokkaans ingerichte patio?

Tot die ochtend, net na mijn scheiding. Op weg naar de sportschool kwam ik langs een juwelier en daar mijn zoon een zegelring wilde hebben ging ik daar eens kijken. Ik stond in het portiek te bellen, dat deed je toen nog, toen ik een mes op mijn keel kreeg en de zaak in werd getrokken. Door een jongen met een onmiskenbaar accent en een bivakmuts op. Hij en zijn matties probeerden me op mijn knieën te dwingen maar daar deed ik in die tijd nog niet aan. Dus schopten ze me neer en bonden een tie rip om mijn polsen, het mes inmiddels tussen mijn borsten geprikt tot er bloed vloeide en een pistool op mijn slaap gericht. Ik werd pas bang toen ik in hun vergrote pupillen keek en daar ook angst bespeurde. Angst en speed zijn een slechte combinatie. Nog banger werd ik toen de dochter van de juwelier, die de zaak geopend had, hysterisch werd. En mijn telefoon bleef rinkelen buiten mijn bereik en de overvallers daar dan weer gek van werden want ze konden hem niet vinden. Het liep allemaal goed af. De winkel werd leeggehaald en de jongens vertrokken. Ik was in die tijd journalist dus beschouwde het als een scoop en kreeg aandacht. Zo makkelijk was ik toen. Heel even had ik het wat later moeilijk bij een bezoekje aan Ikea toen ik te woord werd gestaan door een jongen met soortgelijk accent maar die stond met me te flirten en daar hou ik van. Zo makkelijk was ik toen.

Inmiddels woont mijn dochter al een jaar of vier in de Javastraat. Een heerlijke mengelmoes van voornoemde allochtonen met een Amsterdams sausje tref je daar. Haar overbuurman drijft een van de vele winkeltjes met levensmiddelen en groente en fruit en houdt haar fijn in de gaten. Komt ze te laat of juist in de vroege ochtend pas thuis spreekt hij haar vermanend toe en ze leest en beantwoordt de officiële post van zijn hele familie. Verder heeft ze verkering gehad met een Koerd. We noemden hem Koerd-Jan. Een beeldschone jongen die inderdaad niet deugde en haar veel verdriet heeft gedaan. Maar dat heeft een blond hockeytrutje uit Bloemendaal mijn zoon ook. Dat gebeurt nu eenmaal. Dochter en ik zijn goed in het nadoen van accentjes dus zeggen vaak tegen elkaar: ,,Kijk mij in die ogen als ik tegen jou praat. Respect!’’

Waarmee ik maar wil zeggen: ,, Hou toch eens op allemaal met het over een kam scheren van mensen.’’ Maak je druk om de problematiek er achter. En ik heb het hier niet over de vluchtelingenproblematiek. Daar strijden gevoel en verstand nog even bij mij.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *