Kracht, moed en wijsheid ~ IngeborgBaumann.com

Trillend van schaamte loop ik op mijn lakschoentjes achter mijn moeder aan. Bijna elke zondag weer naar de dorpskerk van het gehucht tussen Amsterdam en Haarlem in waar ik opgroeide. Mamma die opvallen tot kunst had verheven en dus steevast 5 minuten te laat, op naaldhakken die veel te hard galmden op de stenen vloer, naar de eerste bank heupwiegde. Zeker wetend dat maandagmorgen op de St. Jozefschool weer een hel zou zijn want ook Katholieke kindertjes zijn keihard. Zeker wetend dat ik voor het bord zou worden geroepen om het woord ‘champignon’ te moeten opschrijven en dat ik daar expres een fout in zou maken omdat ik anders helemaal nooit een vriendinnetje zou krijgen. Zo’n school waar je op je knietjes voor de tafel van juffrouw Gieske moest als je je borduurwerkje had verpest.

Ondanks dit trauma, waar ik trouwens pas recentelijk van weet dat het een trauma is, ben ik keurig getrouwd in de kerk, werden mijn kindjes gedoopt en waren de zoeterds zelfs misdienaar. Omdat hun mamma, in een tijd dat haar geest weigerde de realiteit onder ogen te zien, lector was in weer een andere dorpskerk. Die realiteit was namelijk niet fijn. Ik kon het niet. Ik kon me niet voegen naar het leven wat ik leidde. Ik deed mijn best hoor. Echt. Ik had ook twee grote planten in de vensterbank en de kookboeken van Jamie Oliver en dronk Chardonnay en was voorzitter van de oudervereniging. Maar er moest toch wat meer zijn?

Die kerk dan maar. Misschien beter dan mediteren in een rare broek zonder make-up. En daar ik er een handje van heb alles in de hand te willen houden dan maar meteen als lector. Dat is die man die de lezingen leest en de communie uitdeelt. Maar dan dat ik dat was. Best lang ook nog. Tot op een dag de huispriester ziek was en er een demon uit mijn middelbare schooltijd als plaatsvervanger optrad en ik mijn nuchtere maag leegde in de wijwaterbak bij het aanschouwen van dit monster.

Ik probeer nu te leven naar de volgende wijsheid. Een gezegde waar eigenlijk het woordje ‘Heer’ voor staat. Maar ik heb geen heer. Ik heb geen eens een man.

‘De kracht om de dingen te aanvaarden die onvermijdelijk zijn. De moed om dingen te veranderen die veranderd kunnen worden. En de wijsheid om die twee te onderscheiden.’

Ik heb ze niet elke dag. Die kracht, moed en wijsheid. Maar ik doe mijn best. Echt.

Ingeborg Baumann

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *