Mama ~ IngeborgBaumann.com

Hoewel er ‘iets’ onder de perenboom in de tuin begraven ligt is ze enig kind. Zowel haar vader als moeder komen uit enorme Katholieke gezinnen waar zij tussen alle nakomelingen het enige nichtje is. Een meisje. Een prinsessenmeisje. Dat is ze nog steeds al is ze 84 nu.

Ondanks de oorlog is het leven een en al feestje, verjaardag en ‘mieters’. En ze is een beeldschoon meisje met pijpenkrullen en later prima borsten dus ze is ‘gevierd’. Als dan een ‘enige knul’, zoon van een arts die helaas het kamp niet overleefde en een verbitterde matrone van een moeder haar ‘wil hebben’ omdat ze een van de mooiste meisjes van de stad is, ‘neemt ze hem’.

Maar een meisje blijft ze. Ook als ze twee dochters krijgt. Waarvan de eerste een dikkertje met rossig haar en de andere knap en donker. De rossige bleek ‘goed’. De jongste ‘is niet helemaal goed in haar hoofd’. De man kan niet zo goed tegen haar gedram en aandachttrekkerij en kortzichtigheid en komt uit een familie van nogal wat excessen dus ‘raakt aan de drank’. Ze ‘blijft wel bij hem’. Ze durft niet zo goed anders want hoe moet dat dan met haar en hoe komt ze aan geld en status en zo. Dat huwelijk met haar gezuig en zijn gezuip drukt natuurlijk wel een stempel op de dochters.

De oudste, ook al omdat alle aandacht op het ‘zielige zusje’ gericht is ontwikkelt een gevoel van onzekerheid en onveiligheid dat nooit meer over zal gaan. Mama die zomaar in woede of tranen uit kan barsten, zich dramatisch gedraagt als papa te laat thuis is, die boos wordt als de verwachte 10 van de oudste toch maar een 6 blijkt te zijn. Zowel op het rapport als in het leven. Verlatingsangst noemt de psycholoog dat later. Te laat. Ze is dan al gescheiden door gebrek aan aandacht, een beetje heeft ze wel van mama.  Hoewel ze nooit voor de veiligheid zal blijven bij wie dan ook, dat heeft ze bewezen.

En nu, nu mama 84 is en de oudste in zelf gegraven kuilen is gevallen zonder dat mama een helpende hand toestak of enige vorm van troost bood, kan de dochter niet meer. Ze kan niet meer naar mama luisteren. ‘Zo erg, er wil niemand met me op reis en ik heb nooit wat leuks en ik ben elke dag heus wel tot koffietijd thuis dus waarom ‘telefoneren’ de kleinkinderen niet?’ Vanuit haar huis in dat chique aanleundorp. ‘Met jou gaat het goed, toch? Jij hebt je altijd gered. Alleen vind ik het erg dat je nooit met me ‘op vakantie met de bus’ wil. Annet van tante Mies gaat altijd met haar moeder weg. Die heeft ook zulke fijne kinderen, die staan altijd klaar voor hun moeder. Die van mij zijn allebei ‘raar in hun hoofd’. Maar je zusje kan er niets aan doen. Jij hebt alles zelf verpest.’

En oudste laat zich de mantel uitvegen per telefoon. Een keer per 14 dagen, meer kan ze niet aan. Zal ook wel aan haar liggen maar ze wordt geen mantelzorger.

Ingeborg Baumann

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *