De paragnost ~ IngeborgBaumann.com

Een zwartharige zigeunerachtige vrouw  kijkt me indringend aan. Wierookgeuren dwarrelen om me heen terwijl zwaar beringde vingers geheimzinnige kaarten voor me neerleggen waar ik de harten heer, diegene waar ik voor kom, niet in herken. Dan bewegen de pikzwarte gordijnen en de kaarsvlammen lichten extra op. Hogere machten nemen haar geest over en ik zak weg in een andere dimensie. Met de stem van mijn vader, die praatte door een gaatje in zijn keel dus ik moet me inspannen haar te verstaan, zegt ze: ‘Ik zie een vermogend man op je pad. Jouw zorgen zijn over binnenkort.’

Met die gedachte in mijn achterhoofd begaf ik me een jaar of twee geleden naar de paragnost. Een mens wil toch dingen weten. Vooral als je het niet meer weet. Alle zekerheden die ik ooit bezat waren er namelijk niet meer. Ik wist niet eens zeker of ik er nog wel was. Dus toen ik een envelopje ontving van een lieve bijna- moeder met daarin twee bankbiljetten en het verzoek daar een van te besteden aan een haar bekende paragnost, deed ik dat maar.

Een rijtjeshuis in een jaren ’80 wijk in een dorp waar ik ooit gewoond had. Ik moest achterom komen alwaar ik werd begroet door een kefferig hondje en een oudere dame. Te gewoon allemaal om gewoon te zijn. In het schuurtje achter in de tuin resideert zij. We keken elkaar aan, staken tegelijkertijd een peuk op en keken nog eens. Ik bleek met haar in de klas te hebben gezeten een jaartje of 50 geleden. Oftewel: niets geen zigeunerin maar een lekkere blondine met een doorrookte stem en zo nuchter als een mens maar kan zijn. Dat viel een tikkie tegen natuurlijk. Je denkt toch dat een lijntje met het hiernamaals minimaal onderhouden moet worden door een bepaald type. Hoewel mijn vader had gevallen voor haar. Dus wie weet. ,,Vertel maar,” zei ze. Ja duh, zo kan ik het ook, dacht ik nog. Maar ik vertelde een beetje mijn situatie. Ze pakte een vel uit een bloknoot en begon te schrijven en te praten. Nog steeds nuchter en zonder roeptoeters en engelenbellen. Dat ik er wel uit zou komen en vooral ook hoe. Dat ik een goede baan zou krijgen en dat ik me aan zou moeten passen. Maar dat ze dat niet zag gebeuren. Dat ik zou moeten blijven schrijven en uiteindelijk daar van zou kunnen leven en nog veel meer dat ik hier niet op kan schrijven want dat gaat niemand wat aan. Ze zei ook iets over mannen, ik zat al een tijdje zonder en ik hou nogal van mannen. Ze waarschuwde me voor een bepaalde kerel zelfs. Waar ik desalniettemin als een blok voor viel met alle gevolgen van dien. Ik ga sindsdien regelmatig naar haar toe. Zie het als een onderhoudsbeurt. Ik verdwaal nogal eens en laten we zeggen dat ze me wijst op mijn zelf gestrooide broodkruimels net voordat de kraaien die hebben opgegeten. Maar alles komt goed. Hoewel ze haar hart soms vast houdt. Want niets gaat vanzelf, ook niet als dat is voorbestemd.

1 thought on “Paragnost

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *