Voor altijd verslaafd ~ IngeborgBaumann.com

Ze trekt het jurkje aan dat ze twee dagen ervoor ook aan had. Het is een leuk jurkje, met een dierenprintje maar niet te. Haar figuur, waar ze niets aan doet maar ze kan bijna niet meer eten, komt er fijn in uit.  Twee dagen geleden, toen alles nog redelijk onder controle was. Afgesproken met iemand die haar vriend was om iets te gaan doen waar hij hulp bij kan bieden en ze laat zich altijd graag leiden. Ze heeft te veel alleen moeten doen. Wel vraagt ze zich af waarom het jurkje op de vloer dweilt en nat lijkt. Dan weet ze weer.

De ochtend na die hartstikke leuke middag werd ze wakker. Met dichtgeknepen keel. En ze trapte in de val. Na twee jaar, een maand en vier dagen. Waardoor? Ze weet het niet meer. Of toch wel eigenlijk, het monster ligt altijd op de loer en kan zo maar tevoorschijn komen. Het monster dat verdooft en destructief is en zich verschuilt in haar geest. Ze trok een lange regenjas aan en ging de deur uit. Alle decorum weg, nog voor de eerste slok. Met trillende handen rekende ze af, voor de zekerheid ook nog een paar appels, en ging naar huis.

Destructief is ze die dag, ze maakt kapot wat haar zo dierbaar is. Niet alleen haar met vallen en weer opstaan verworven onafhankelijkheid van het monster maar meer. Drammend, om aandacht smekend, zuigend en trekkend is het monster en is zij dus die dag. Tot ze in slaap valt, hoe en op welke plek weet ze niet meer.

Het is donker als ze wakker wordt. Met droge strot en rode ogen. Ze durft niet onder ogen te zien wat ze gedaan en verwoest heeft die dag. Ze delete haar telefoongeheugen, haar eigen geheugen van gisteren is al weg.

De scherven om haar heen zeggen genoeg. De scherven van die kapotte laatste fles voordat ze wegzakte. De vlekken op haar jurkje. De reactie van diegene waarom ze geeft. Die haar als ze zo is ook niet aan kan en wil en gelijk heeft hij.

Opstaan moet ze weer, ze heeft het eerder gedaan, daar was ze zo trots op. Maar ze kan niet. Haar maag en haar hart spelen op. Haar hoofd bonkt boven haar linkeroor. Haar mond is droog. Iemand waarvan ze het niet verwacht belt vanaf een ver vliegveld en hoewel niet in staat hulp te bieden weet hij wat er is gebeurd. Dat weten mensen die het monster kennen soms. Demonen bestaan en ze is niet sterk genoeg geweest. Schuldgevoelens overspoelen haar en ze doet de deur op slot, verstopt de sleutel en haar telefoon. Wachtend tot de winkels dicht gaan en de nacht weer valt. En denkt aan de woorden van iemand die het monster ook kent, dat vallen niet erg is als je maar opstaat. Vandaag niet. Vandaag is te verdrietig om wat er is stuk gegaan en waarvan ze denkt dat het niet meer te herstellen is.

Ingeborg Baumann

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *